CONCEPT CONVENANT

 

PARTIJEN,

 

De stichting Pijlsrecht,

gevestigd te Utrecht,

hierbij vertegenwoordigd door ……..

hierna te noemen: de stichting

 

en

 

de gemeente Utrecht,

hierbij vertegenwoordigd door …….

hierna te noem: de gemeente,

 

NEMEN HET VOLGENDE IN OVERWEGING:

 

Partijen hebben op 19 juni 2000 een convenant gesloten met betrekking tot het Onderzoek Gecontroleerde Heroïneverstrekking. Dit onderzoek werd uitgevoerd in het pand Kaatstraat 1-65 te Utrecht. De duur van het onderzoek was tijdelijk, conform de besluitvorming van het Rijk over dit onderzoek.

 

Bij aanvang het onderzoek werd vastgesteld dat uitvoering van het onderzoek mogelijk invloed heeft op de omgeving van dit pand. De gemeente zal daarom op pro-actieve zorgdragen dat de kwaliteit van wonen, werken en verblijven in die omgeving ten minste gelijk blijft en zal streven naar een daling van het aantal voorvallen die het leefklimaat negatief beïnvloeden. Daartoe zijn op 19 juni 2000 in een convenant afspraken gemaakt.

 

Ten grondslag aan dit convenant lagen de volgende overwegingen:

Bij de daarvoor benodigde noodzakelijke begeleiding en sturing van het onderzoek zullen de bewoners worden betrokken. Ook over de wijze waarop dit gebeurt worden afspraken gemaakt.

Partijen zijn het er over eens dat de gemeente zich verplicht door het onderzoek geen onduldbare overlast te laten ontstaan voor bovenbedoelde woon- en werkomgeving en dat het wel ontstaan van dergelijke overlast dient te leiden tot het zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk beëindigen van het onderzoek. Op welke wijze wordt vastgesteld of er sprake is van onduldbare overlast en door wie dit geschiedt, zal hierna worden vastgelegd.

Partijen zijn zich er van bewust dat bij gemeente de uiteindelijke bevoegdheid tot het nemen van besluiten berust bij het college, dat de gemeente daarbij teven publieke belangen in haar besluitvorming zal betrekken, maar dat dit niet afdoet aan de het uitgangspunt dat de gemeente de hierbij gemaakte afspraken dient na te komen”

 

In december 2002 is een aanvullend convenant afgesloten, waarin afspraken over verlengd verblijf van het onderzoek op de locatie Kaatstraat 1-65 werden gemaakt, aangevuld met een toespitsing van maatregelen gericht op het voorkomen en bestrijden van overlast. Dit convenant loopt af op 4 augustus 2004. De duur van de verlenging was mede gebaseerd op de tijdelijke status en het experimentele karakter van de verstrekking en het feit dat het Rijk nog niet besloten had over de toekomst van het onderzoek.

In de afgelopen vier jaar is de verstrekking van heroïne geworden van een experiment tot een behandeling waarvan de positieve effecten op de deelnemers en de veiligheid via onderzoek zijn aangetoond. Tevens is gebleken dat de uitvoering van de verstrekking vanuit de locatie Kaatstraat 1-65 mogelijk is zonder dat de aanwezigheid van de verstrekking of deelnemers aan de verstrekking afbreuk doen aan de leefbaarheid en veiligheid in de omgeving.

 

De gemeente wenst de verstrekking op deze locatie te continueren. Daarbij is het uitgangspunt om op deze locatie de verstrekking voor onbepaalde duur te huisvesten. Met het oog hierop wordt een nieuw convenant afgesloten tussen de gemeente en de stichting Pijlsrecht. De bovenstaand geciteerde overwegingen bij het eerste convenant vormen daarbij het uitgangspunt.

 

EN KOMEN OVEREEN

1.      In dit convenant wordt verstaan onder:

a.       gecontroleerde verstrekking van heroïne als medische behandeling: de uitvoerende werkzaamheden voor deze poliklinische behandeling op de locatie Kaatstraat 1-65.

b.      de unit: de ruimte op de Kaatstraat 1-65 gebruikt voor de verstrekking van heroïne.

c.       het gebied: het gebied gevormd door de straten en daaraan  gelegen woningen en gebouwen binnen de stippellijn als weergegeven op de plattegrond op pagina 50 van het rapport gedateerd 11 april 2000 van bureau Seinpost, van welke pagina een afschrift als bijlage aan dit convenant is gehecht.

d.      Deelnemers: chronisch verslaafden aan heroïne die voldoen aan selectiecriteria voor deelname aan de verstrekking die het Rijk daarvoor heeft opgesteld (zie bijlage)

e.       de bewoners: de bewoners en gebruikers van gebouwen in het onder c. bedoelde gebied.

f.        omgevingsbeheer: geheel van afspraken tussen bewoners en de gemeente over het voorkomen en bestrijden van overlast als gevolg van gebruik van de unit.

g.       Commissie omgevingsbeheer. Commissie bestaande uit vertegenwoordigers van de gemeente, de politie, stichting Centrum Maliebaan, de veldwerker uit artikel 8, de stichting Pijlsrecht en eventueel andere bewoners.

h.       nulmeting: onderzoek door bureau Seinpost, d.d. 10 april 2000, naar de leefbaarheid en veiligheid in de wijk en basis voor de beoordeling van de effecten van de verstrekking van heroïne op het gebied. Van dit onderzoek is een afschrift bij dit convenant gevoegd.

 

2.      De gemeente zal de verstrekking van heroïne aan deelnemers uitvoeren op de locatie Kaatstraat 1a voor in principe onbepaalde duur.

3.      De gemeente zal er voor zorgen dat de in het gebied ten tijde van de nulmeting bestaande kwaliteit van het woon- en werkklimaat, van de openbare orde en veiligheidssituatie ten minste gelijk blijft en zo mogelijk verbetert. De gemeente verplicht zich daartoe pro-actieve maatregelen te nemen.

 

4.      Ter uitvoering van het onder 3. bedoelde verplichting continueert de gemeente in ieder geval de volgende maatregelen die sinds juni 2000 genomen zijn:

·        extra bewaking van het gebied door een particuliere veiligheidsdienst

·        permanente bewaking van het gebouw waar de verstrekking uitgevoerd wordt door een camera.

·        een centraal meldpunt voor alle bewoners en andere belanghebbenden bij het in het convenant bedoelde gebied. Bij dit centrale meldpunt kunnen bewoners en andere belanghebbenden zeven dagen per week gedurende vierentwintig uur per dag klachten melden. Daarnaast zijn er andere instanties voor klachtenmelding volgens de bijlage bij dit convenant.

·        eenmalige bekendmaking van het centrale meldpunt en de instanties voor klachtmelding in het schema aan deze bewoners en andere belanghebbenden  via een huis-aan-huis folder verspreid in het gebied, gevolgd door periodieke attendering door vier keer per jaar informatie over het centrale meldpunt en het schema in de huis-aan-huis verspreidde nieuwsbrief Kaatstraat 1.

·        continuering van de begeleidingscommissie Kaatstraat 1a die overgaat in een  commissie omgevingsbeheer. De commissie  omgevingsbeheer bestaat voor tenminste 50% uit vertegenwoordigers van de stichting.

·        Ondersteuning van de stichting door deskundigen zoals nader omschreven in een overeenkomst tussen de gemeente en de stichting Welzijn Noord Utrecht. Daaronder wordt niet begrepen rechtsbijstand in procedures voor de rechter.

·        De door de stichting te maken kosten in eventuele tussen partijen te voeren procedures zullen door de gemeente worden gedragen tot en met de eerste instantie, tenzij de rechter op verzoek van de gemeente zal bepalen dat de stichting naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar heeft gehandeld door de betreffende procedure aanhangig te maken.

5.      In het convenant d.d. 19 juni 2000 heeft de gemeente ten behoeve van de leefbaarheid voor de stichting een budget vrijgemaakt. Dit budget zal worden besteed aan doelen die in overleg met de stichting worden bepaald. Het resterend bedrag zal niet worden besteed aan reguliere uitgaven die de gemeente ook zonder de verstrekking van heroïne zou hebben gedaan.

6.      De capaciteit van de unit voor verstrekking zal op het huidige niveau gehandhaafd blijven (dat wil zeggen dat het maximaal aantal deelnemers dat gelijktijdig van de verstrekking gebruikt maakt ongeveer 50 personen zal bedragen).

 

7.      De gemeente zal er voor zorgdragen dat tijdens de aanwezigheid van de unit voor verstrekkingen van heroïne op de Kaatstraat 1a geen andere voorziening worden gevestigd in het gebied die een belasting voor de veiligheid en leefbaarheid zouden kunnen betekenen. Een dergelijk vestiging zal na vertrek van de unit niet plaatsvinden dan na overleg met de stichting. Binnen twee jaar na beëindiging van de heroïneverstrekking in de Kaatstraat 1a zal er geen andere belastende voorziening in het gebied worden gevestigd.

 

8.      De gemeente zal er zorg voor dragen dat er geen sprake zal zijn van onduldbare overlast ten gevolge van de verstrekking van heroïne op de locatie Kaatstraat 1a voor de bewoners. Het staat tussen partijen vast dat in het geval er wel sprake is van onduldbare overlast voor de bewoners, deze verplichting door de gemeente dient te worden nagekomen door zo spoedig als redelijkerwijs is over te gaan tot een beëindiging van de verstrekking van heroïne in deze unit.

9.      De gemeente zal als extra bijdrage aan de leefbaarheid en veiligheid in het gebied voor de periode van vijf jaar een veldwerker verslavingszorg Kaatstraat aanstellen (0,8 fte). De gemeente financiert deze veldwerker. Deze veldwerker richt zich op alle harddrugsverslaafden in het gebied en de onmiddellijk aangrenzende omgeving van het gebied. Kerntaken van de veldwerker zijn het leggen en onderhouden van contacten met verslaafden, bespreekbaar maken van alternatieven voor gedrag dat afbreuk doet aan de leefbaarheid en veiligheid, vroegtijdige signalering van verslavingsproblemen voor de persoon, diens naaste en derden, gevolgd door toeleiding naar voorzieningen en programma’s voor hulpverlening. De veldwerker wordt ondergebracht bij de uitvoerende instantie voor de verstrekking (nu Centrum Maliebaan) en vervult een brugfunctie naar lokale zorgpartijen en de politie. De veldwerker is bereikbaar voor bewoners en professionals die signalen of klachten over problemen met verslaafden willen afgeven. Het centraal meldpunt en de unit zijn ingangen naar de veldwerker. Omwonenden worden op de hoogte gesteld van de aanwezigheid, bereikbaarheid en werkwijze van de veldwerker. De veldwerker maakt deel uit van de commissie omgevingsbeheer.
Na afloop van deze vijf jaar evalueren de partijen de noodzaak van continuering van deze veldwerker voor nog eens vijf jaar.

 

10.  Bij verschil van mening tussen de stichting en de gemeente over de vraag of er sprake is van onduldbare overlast in de zin van artikel 8, daling van de kwaliteit van het woon- en leefklimaat in de zin van artikel 3, respectievelijk indien één der partijen meent dat de afspraken uit het convenant niet worden nagekomen, zal deze vraag of kwestie door één partij of door beide partijen worden voorgelegd aan een Geschillencommmissie als bedoeld in artikel 11, hierna aan te duiden als de Geschillencommissie. De gemeente bevordert dat de Geschillencommissie direct beschikt over alle informatie die zij nodig acht om tot een oordeel te komen

 

11.  De Geschillencommissie bestaat uit een onafhankelijke voorzitter en twee leden. De leden worden ieder door één partij aangewezen. De voorzitter van de Geschillencommissie wordt op verzoek van één van de partijen of van beide partijen aangewezen door de voorzitter van de commissie omgevingsbeheer. De leden en voorzitter mogen geen direct of indirect belang hebben bij de uitvoering of het resultaat van de verstrekking van heroïne en moeten beschikken over een aantoonbare ervaring en / of deskundigheid ten aanzien van het beoordelen van overlast. Blijft één der partijen in gebreke een lid van de Geschillencommissie te benoemen gedurende negen werkdagen na sommatie daartoe, dan zal de Geschillencommissie bestaan uit de onafhankelijke voorzitter als hiervoor bedoeld en het door de andere partij aangewezen lid. De Geschillencommissie beslist bij meerderheid van stemmen en bepaalt zelf haar werkwijze.

 

12.  Een verzoek aan de Geschillencommissie als bedoeld in art 11 of een vordering bij de rechter zal pas worden ingediend nadat de verzoekende c.q. vorderende partij de andere partij in gebreke heeft gesteld, laatstgenoemde daarbij in kennis heeft gesteld van haar voornemen een dergelijk verzoek c.q. vordering in te stellen, en niet binnen een  (in de gebrekestelling te vermelden) redelijke termijn alsnog aan dat verzoek c.q. vordering is voldaan. De ingebrekestelling zal een uitnodiging bevatten voor een gesprek tussen vertegenwoordigers van partijen. De termijn tussen ontvangst van de uitnodiging en het gesprek bedraagt ten minste negen werkdagen. Voor het geval er naar het oordeel van de sprake is van overlast en de gemeente van oordeel is dat de overlast geen verband houdt met de verstrekking van heroïne, verplicht de gemeente zich uiterlijk tijdens dit gesprek haar standpunt schriftelijk kenbaar te maken aan de stichting.
Voorts verplicht de gemeente zich om alle relevante informatie waarover zij beschikt of redelijkerwijs zou kunnen beschikken zo spoedig mogelijk aan de stichting te doen toekomen.

13.  De Geschillencommissie zal bij de vaststelling van haar oordeel als maatstaf hanteren of er hetzij door de aard van het geval, hetzij door de lange duur van de overlast of de frequentie van het aantal voorvallen, hetzij door alle aspecten tezamen genomen, in het gebied sprake is van een mate van overlast en / of aantasting van het leefklimaat die als onduldbaar moet worden gekwalificeerd.

14.  De oordelen van de Geschillencommissie worden gezonden aan beide partijen. De partij waarover een oordeel is geveld verplicht zich binnen veertien dagen om de Geschillencommissie en de andere partij op de hoogte te stellen van de eventuele voorgenomen acties naar aanleiding van het oordeel.

 

15.  Ook buiten de uitvoering van de in voorgaande artikelen genoemde verplichtingen zal de stichting door de gemeente worden betrokken bij de uitvoering van de heroïneverstrekking, voor zover het gaat om de uitvoering van de verstrekking van heroïne buiten de unit zelf. Over de uitvoering van de verstrekking in de unit en het landelijk beleid zal de gemeente de stichting informeren. Dit zal gebeuren via de commissie omgevingsbeheer.

 

16.  Alle bij de uitvoering van de heroïneverstrekking betrokken gemeentelijke diensten en externe instellingen zoals onder meer de politie zullen ambtenaren of andere medewerkers aanwijzen die voldoende mandaat of vertegenwoordigingsbevoegdheid hebben om namens deze diensten en instanties beslissingen te nemen over alle maatregelen gericht op het woon- en leefklimaat in het beheergebied. De gemandateerde ambtenaren of andere medewerkers zullen, na daartoe te zijn aangesproken door de stichting of een andere betrokkene, daadwerkelijk een beslissing nemen en deze zo spoedig mogelijk (doen) uitvoeren.

 

17.  Klachten omtrent overlast gerelateerd aan de verstrekking van heroïne op de locatie Kaatstraat 1a krijgen een hogere prioriteit dan andere klachten, ongeacht waar ze worden ingediend.

 

18.  Van klachten ingediend bij het centraal meldpunt krijgen de indiener uiterlijk binnen drie werkdagen na indiening bericht.

 

19.  Binnen twee weken na indiening van een klacht bij het centraal meldpunt, door een bewoner of een belanghebbende in het hiervoor bedoelde gebied, b zal zowel aan de indiener als aan de coördinator klachtafhandeling worden gerapporteerd op welke wijze op de klacht is gereageerd en welke maatregelen naar aanleiding daarvan zijn genomen. Elke drie maanden geeft de coördinator een overzicht van de klachtafhandeling aan de stichting.

 


20.  De coördinator klachtafhandeling spant zich in dat alle partijen betrokken bij omgevingsbeheer, met inbegrip van partijen waarover de gemeente geen formele zeggenschap heeft, dat zij binnen een redelijke termijn de klager informeren over ontvangst van de klacht en de wijze van afhandeling. Richtpunt daarbij zijn de termijnen voor ontvangstbevestiging en afhandeling uit de art. 18, respectievelijk art 19.

21.  De commissie omgevingsbeheer en de stichting ontvangen verslagen van elk overleg tussen de gemeente en politie betreffende de afhandeling van klachten gerelateerd aan de verstrekking van heroïne op de Kaatstraat 1a.

22.  Onverminderd de toepasselijkheid van het politieprotocol ten behoeve van voorzieningen voor 24-uurs van verslaafden beoordeelt de commissie omgevingsbeheer in goed overleg met de politie en stadstoezicht of klachten uit het gebied aanleiding dienen te zijn voor extra surveillances.

 

23.  Waar in voorgaande artikelen sprake is van overleg tussen de gemeente en de stichting, respectievelijk het verstrekking van inlichtingen door de gemeente aan de stichting, wordt mede gedoeld op overleg dat in de commissie omgevingsbeheer wordt gevoerd tussen vertegenwoordigers van onder andere de gemeente en de stichting, respectievelijk de door de gemeente aan de commissie omgevingsbeheer verstrekte inlichtingen.

24.  Partijen zullen elkaar alle informatie verschaffen die noodzakelijk is om een juist oordeel te vormen over de voortgang van het onderzoek en de ontwikkeling van de leefbaarheid van het gebied.

 

 

25.  Indien problemen bij de uitvoering van de verstrekking van heroïne op de locatie Kaatstraat 1a of van deze overeenkomst niet kunnen worden opgelost in overleg tussen de stichting en de door de gemeente aangewezen vertegenwoordigers, zal de stichting zich in verband hiermee kunnen wenden tot de wethouder voor Sociale Zaken, Maatschappelijke Opvang, Sport en de wijken Noordwest en Zuid. Deze zal zonodig hierover in contact treden met (een) andere wethouder(s) en / of het college, met de politie en / of andere betrokken instanties.

26.  Mocht er sprake zijn van beëindiging van de heroïneverstrekking op de locatie Kaatstraat 1a dan is van rechtswege dit convenant ontbonden met ingang van de dag waarop de uitvoering van verstrekking van heroïne op deze locatie wordt beëindigd. Ontbinding van dit convenant heeft geen betrekking op het gestelde in artikel 5 en artikel 7. Lopende klachten en geschillen zullen voorts worden afhandeld volgens de bepalingen in dit convenant.

 

 

27.  Tenzij anders is overeengekomen gelden alle tussen de partijen gemaakte afspraken voor onbepaalde duur.

 

 

28.  Onverminderd het voorgaande nemen partijen de privacyregelgeving in acht.

 

 

29.  Wijzigingen in deze overeenkomst gelden alleen voor zover deze schriftelijk zijn overeengekomen.

 

 

Was getekend te Utrecht op …….. (dd-mm-jjjj),

 

Voor de stichting                                                                     voor de gemeente,